Geschiedenis

In oorlogstijd heeft het laaggelegen Nederland veel baat gehad van een typisch Hollands verdedigingswerk: een waterlinie. Een waterlinie bestond uit een onder water gezette terreinhindernis van aaneengesloten stroken laaggelegen polderland die moeilijk begaanbaar waren voor de tegenstander. Deze linie werd op de meest kwetsbare punten beveiligd door versterkte posten in de vorm van forten of batterijen en troepenopstellingen. De linie was enkele decimeters diep en op sommige plaatsen enkele kilometers breed.

Vanaf 1572 is men begonnen met het gebruik van kleinschalige, geïmproviseerde inundaties. De goed doordachte plannen voor een optimaal gebruik van de geografische omstandigheden ter verdediging van een zo groot mogelijk gebied door middel van inundatie, stammen uit 1589. Deze plannen werden in 1629 uitgevoerd in de vorm van de Utrechtse Waterlinie. Vanwege  onenigheid tussen de Staten van Holland en Utrecht, ontwikkelden de Staten van Holland alsnog plannen om een eigen kunstmatige Linie aan te leggen. Deze Oude Hollandse Waterlinie werd in 1672 in staat van verdediging gebracht. Vanwege vele problemen met de legerorganisatie, logistiek en motivatie van soldaten bleek de mobilsatie geen succes. Ondanks de diverse verbeteringen aan de Linie is de Oude Hollandse Waterlinie nooit voltooid of geoptimaliseerd geweest.

Onder leiding van Cornelis Kraijenhoff werd besloten de Oude Hollandse Waterlinie te verbeteren. In 1815 is gestart met het aanbrengen van deze verbeteringen, waarbij de Linie verder werd opgeschoven naar het oosten en de stad Utrecht bij de Linie werd betrokken. In 1815 veranderde de naam van de Oude Hollandse Waterlinie dan ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd gekenmerkt door uitgebreide en beter beheersbare inundaties, waarbij door nauwkeuriger geworden landmeetkunde en cartografie de inundaties werden onderverdeeld in zes kommen. De bouwperiode van 1815 tot 1885 valt onder te verdelen in vier fasen, waarbij tijdens de eerste fase de versterkingen rondom Utrecht werden gerealiseerd. Tijdens de tweede en opvolgende fasen werden respectievelijk de torenforten gebouwd, overal verbeteringen aangebracht en de laatste forten in de Linie gebouwd. Tegen het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd de Linie opnieuw gemobiliseerd. De veranderde vorm van oorlogvoering maakte de aanleg van loopgraven en kazematten noodzakelijk. In 1939, ten behoeve van de Tweede Wereldoorlog, werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie voor de laatste maal gemobiliseerd. Vanwege het gebruik van vliegtuigen, gecombineerd met de inzet van landingstroepen verloor de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn waarde.

Tot het bouwen van de batterijen onder Brakel en Poederoijen werd besloten nadat er een einde was gekomen aan de in 1870 uitgebroken beruchte Frans-Duitse oorlog. Er werd gemeend dat het front van Holland vóór Gorinchem door de fortificatiën van Vuren en Loevestein bij de samenkomst van Maas en Waal onvoldoende was verzekerd. De bouw van beide batterijen maakte deel uit van de vierde en laatste bouwperiode van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De bouw van de batterij onder Brakel duurde van 1879 tot 1884, die van de batterij onder Poederoijen van 1879 tot 1886. De bouw van beide batterijen samen kostte fl 208.000,-- / € 94.386,-- en werd langdurig, vanwege de vele verzakkingen. De batterijen zijn identiek aan elkaar, met het verschil dat ze in spiegelbeeld van elkaar zijn gerealiseerd. De totale oppervlakte van het terrein rondom de batterij onder Brakel is bijna 5 hectare, het terrein rondom de batterij onder Poederoijen is ruim 6 hectare. Op beide terreinen is nog steeds een bomvrij gebouw en een gracht aanwezig. De brug over de gracht is alleen bij de batterij onder Poederoijen nog aanwezig. Op beide terreinen hebben een bergloods, fortwachterswoning en een directiekeet gestaan, die na verloop van jaren geheel tot gedeeltelijk verdwenen zijn. Na vele jaren van leegstand werden de batterijen in 1956 door Koninklijk Besluit opgeheven als verdedigingswerk en ging het beheer van de Genie over naar de Dienst der Domeinen. In 1988 zijn de batterijen overgedragen aan Staatsbosbeheer (SBB)

Hieronder een verzameling van foto's uit de oude doos! Heeft u zelf foto's of informatie, wilt u dan mailen naar info@sbwb.nl? Dan helpt u ons verder ons dossier compleet te krijgen.



    Foto overzicht van album: deoudedoos





    © 2013 SBWB Alle rechten voorbehouden - realisatie: Digivotion

    Sponsoren

    HVNA